Met mijn vader op culinaire tijdreis: Recensie van tentoonstelling Amsterdam Eet! In het Allard Pierson

Amsterdam is jarig en dat vieren we… met reigerpastei. Jawel, deze waadvogel was in de prille jaren van Amsterdam het hoofdingrediënt van een baksel à la Griezels van Roald Dahl. Het zal wel naar kip smaken. Ook de haring, een hoofdvoedsel in de Nederlandse cuisine, werd door de Joodse Ashkenazi-gemeenschap verwerkt in Vorschmack, een recept dat ook in Oost-Europa populair is.
De tentoonstelling Amsterdam Eet! ter ere van jubileumjaar van de stad (750 jaar!) neemt je mee op een reis door de culinaire geschiedenis van Amsterdam. Je kunt er zien hoe de elementen (zee, een vruchtbare bodem voor aardappels) en verschillende (migranten)culturen de Amsterdamse keuken hebben gevormd, van de FEBO-kroket tot de Turkse pizza (lahmacun). Ook de eetgewoonten zijn door de eeuwen heen behoorlijk veranderd: wordt er uitgeserveerd of schept iedereen zelf zijn bordje op?

Als gids in Amsterdam neem ik mensen regelmatig mee naar de Albert Cuypmarkt, waar deze samensmelting van culturen te proeven is van stal tot stal. Wie zegt dat Nederland geen interessante eetcultuur heeft, is nog niet afgedaald in het Surinaamse souterrain genaamd “Tropische Winkel” voor een gevulde bara. Een toerist op zoek naar oud-Hollandse lekkernijen, hoeft alleen de ogen ten hemel te heffen: de gouden engel van de Buiten-Amstelkerk markeert de locatie waar Ruud, Nico en familie al tich jaar met vrolijk humeur de beste stroopwafels vers maken.

Maar ik ben geen voedselrecensent. Op naar het Allard Pierson dus, waar ik als student aan de UvA ook graag kom. Voor de gezelligheid heb ik mijn vader meegenomen – hij is als rasechte Amsterdammer ook wel geïnteresseerd in de dagelijkse kost van zijn voorvaderen.
De tentoonstelling is hoofdzakelijk chronologisch ingedeeld: het begint allemaal in de middeleeuwen, met de welbekende haring en dus die reigerpastei.
Op een oude stadskaart is de Haringpakkerstoren te zien, waar de haringpakkers, die toezicht hielden over de kwaliteit van de gezouten vissen, vergaderden.
Ook zijn er wereldkaarten met zeemonsters, gedetailleerd getekend om de kolonies mee af te speuren op zoek naar specerijen. Het blijven fascinerende tekeningen. Mijn vader houdt erg van kaarten en kan er uren naar kijken. We zijn samen naar een eerdere tentoonstelling (Open Kaart– van atlas tot streetmap) in het Allard Pierson geweest, die volledig gericht was op cartografie door de eeuwen heen. 

Naast de rol als universiteitsmuseum – verbonden aan de Universiteit van Amsterdam – fungeert het museum ook als archief voor bronnen uit de Nederlandse geschiedenis. Onderzoekers in dit vakgebied (vanuit de UvA alsook extern) vinden hier een rijke collectie foto’s, boeken, wetenschappelijke illustraties en (stads-, land- en wereld)kaarten. Dit archief verrijkt de tentoonstellingen met unieke bronnen; andersom presenteren de tentoonstellingen deze archiefstukken op een toegankelijke manier.
Er zit echter een keerzijde aan dit karakter van het museum. Wie vaak komt kijken, begint steeds meer werken te herkennen.

Het voelt in Amsterdam Eet! een beetje alsof sommige kaarten zijn “gerecycled” van de vorige tentoonstellingen. De link met voedsel is soms een tikje vergezocht, en naast enkele schilderijen met oliebollen en haring prijkt er niet veel anders aan de muur.
Het Allard Pierson beschikt ook over een grote collectie kookboeken en brochures over huishoudkunde: deze liggen rijkelijk uitgestald in elke zaal. Een mooie collectie, maar het geheel wordt daardoor wel erg tekstueel: men kan niet door de boeken bladeren, dus alleen de teksten aan de muur bieden inhoudelijke uitleg.
Ik ga niet naar een tentoonstelling zonder de muurteksten te lezen, maar ik verwacht toch ook aanvulling van tastbaarder materiaal. Liefde gaat door de maag, en dit is nota bene een verhaal over eten! Natuurlijk verwacht ik geen proeverij in een museum, maar waar worden de zintuigen geprikkeld? Neem als voorbeeld de tentoonstelling Grand Dessert – De geschiedenis van het toetje, nu te zien in Kunstmuseum Den Haag. Daar is bewust gekozen voor het toevoegen van geuren als verrijking op de museumervaring. Had dit niet ook hier gekund?
Of laat tenminste wat meer fysiek voedsel zien naast de beschrijvende teksten. Er is een gedekte tafel te zien met prachtig antiek servies, maar de maaltijd ontbreekt. Ook hangt er een lege FEBO-kast aan de wand – meteen herkenbaar voor Amsterdammers, maar een outsider moet de fantasie gebruiken om er een kroket in te denken. De museumwinkel verkoopt realistische namaakkroketten gemaakt van was, te gebruiken als kaars. Ik zeg: leg er eentje in die kast! In de Chinese buurt achter de Nieuwmarkt vind je etalages vol met plastic namaakvoedsel–fascinerend om te zien en naar mijn mening een kunst op zich.
Ik wil een levensechte reigerpastei zien, met poten eruit en al!
Ik wil dat de walm van oliebollen mij tegemoet komt vanuit de volgende zaal!
Ik wil – in een tijdperk waarin interactiviteit door zowat elk museum gepromoot wordt – een stamper in mijn hand om gekleide aardappelpuree te prakken!

Misschien is het een generatiekloof. Mijn vader kijkt aandachtig naar de vitrines vol oude recepten. Toch is hij ook een beetje teleurgesteld. Er zijn zoveel spannende verhalen te vertellen over eten in Amsterdam, die in deze zalen ontbreken. We komen aan bij een hoekje gewijd aan aardappelen, die in oorlogstijd een belangrijke voedselbron vormden. We kijken elkaar aan: zouden ze vertellen over de Aardappeloproer van 1917?
Wat context: tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam de voedselschaarste tot zo’n dieptepunt, dat het volk in opstand kwam. Terwijl huishoudens in de Jordaan nauwelijks een aardappel konden vinden, werden deze wel geëxporteerd. De vrouwen van de Jordaan en de Oostelijke Eilanden gingen de straat op, niet om te demonstreren maar om te plunderen.
Ze betraden goederenwagons en pakhuizen, waar aardappels waren verzameld voor het leger en de welvarende Amsterdammers. Deze opstanden worden nog steeds herdacht en gevierd in de Oostelijke Eilanden. Tijdens het feest “Patatatoe” trekt een fanfare door de straten; in deze optocht worden aardappels uitgedeeld uit grote emmers.

Wat was het mooi geweest om deze traditie terug te zien in het museum! Een korte rapportage van Patatatoe had mooi tussen de andere videobeelden in de tentoonstelling gepast. Elke “Eilander” die in deze buurt is opgegroeid (waaronder ikzelf), kan de liedjes van Patatatoe meezingen. Maar ook voor de velen die het verhaal van de Aardappeloproer nog niet kennen, is het een sprekend inkijkje in de volksgeest van de oude arbeiderswijken.

Ik reken het Allard Pierson er uiteraard niet op af dat dit ene specifieke verhaal ontbreekt. Echter, ik kan me niet voorstellen dat dit de enige anekdote of traditie is in de Amsterdamse voedselgeschiedenis. Helaas mis ik dit soort verhalen in de tentoonstelling, die het houdt bij grote lijnen. Zeker vermakelijk voor een druilerige middag, maar voor een speciale expositie ter ere van 750 jaar Amsterdam durf ik toch te zeggen dat ik het wat gebrekkig vind. Een ode aan de Amsterdamse eetcultuur, daar zou je een knorrende maag van moeten krijgen.

Toch ook iets positiefs: in een aparte zaal beneden is een grote tafel uitgestald vol maaltijden gemaakt van vilt en andere lapjes stof. Het is een interactief project van beeldend kunstenaar Malou Sumah, met de titel Aan Tafel. Bezoekers mogen zelf – tijdens workshops – wat materialen pakken en hun favoriete gerecht op de tafel plakken. Het kamertje, dat buiten het hoofddeel van de tentoonstelling ligt, is wat moeilijk te vinden, maar is zeker de moeite waard. Een goede oplossing ook voor het tentoonstellen van voedsel op een manier waarop er niets bederft. Bezoekers hebben een tafel vol geknutseld met saucijzenbroodjes, borscht en nog veel meer: het stoffen banket is een vertederende aanblik.

Mijn vader en ik hebben een prima middag gehad in het Allard Pierson. Wat wij misten in de zalen, hebben we zelf aangevuld met onze interesse in cartografie, anekdotes over onze buurt en voorkennis van de Amsterdamse cuisine. Hoe het zal zijn voor iemand die minder bekend is met de stad, vraag ik mij echter af. 

Een tentoonstelling met interessante feitjes is het zeker. Maar vandaag loop ik onverzadigd het museum uit. Even langs Eetsalon Van Dobben – nog zo’n typisch stukje Amsterdamse cultuur – voor een broodje kroket.

De tentoonstelling Amsterdam Eet! is tot en met 7 september te zien in het Allard Pierson Museum in Amsterdam.

Leave a comment

Leave a comment